De computer kan nog niet tegen het krijtje op
Ongeveer 80 procent van de leerlingen in het VO gebruiken nooit of bijna nooit een computer in het overgrote deel van de vakken.Het gebruik van ICT, van de computer, van internet, verbetert de resultaten van de leerlingen volgens een groot aantal onderzoeken, o.a. gedaan door de OCDE. Maar het gaat inmiddels niet alleen meer om het overtuigen van besturen en leraren wat betreft het gebruik van ICT, maar om een wettelijke verplichting. De nieuwe onderwijswet verplicht het gebruik van nieuwe technologieën in alle onderwijsvakken die behoren tot de basisvakken in het pakket tot aan de laatste klas van het VO.
Op dit moment, ondanks het feit dat er op de scholen één computer op elke zes leerlingen staat, gebruikt 80 % van de leerlingen, in het merendeel van de vakken, nooit of bijna nooit de computer, volgens het rapport van het centrum van educatief onderzoek CNI CE en het bedrijf Red.es.
Het rapport werd de afgelopen week gepresenteerd gedurende het EducaRed-congres over nieuwe technologieën en onderwijs, waaraan meer dan 2100 leraren deelnamen. Aan het onderzoek deden meer dan 4000 docenten mee, en 22000 leerlingen in 616 onderwijsinstellingen.
Er staan computers in de scholen en 92% heeft een verbinding met het internet, maar de internetverbinding reikt slechts in 36% van de scholen in het basisonderwijs tot in de klaslokalen. Dit betekent dat van nu af aan ICT geïntegreerd moet worden in de klas, zodat niet hetzelfde gebeurt “als met de videos die in de jaren zeventig de school binnenkwamen”, zo verzekert Borja Vazquez, directeur van het Madrileense centrum Montserrat.
De directeur van de CNICE, Mariano Segura, zeg dat de nieuwe technologie geïntegreerd moet zijn in het onderwijs, maar zonder andere methoden van de kaart te vegen. Het centrum van onderzoek, onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, ontwikkelt allerlei digitaal didactisch en onderwijsmateriaal voor elk van de vakken (te raadplegen onder ww.cnice.mec.es). Dit gebeurt in samenwerking met uitgevers van leerboeken. “Het is waar dat het moeite kost om ICT het klaslokaal binnen te krijgen, maar de technofobie (angst voor technologie) is inmiddels wel volledig overwonnen”, zo signaleert Segura.
Een bezoek aan EducaRed laat zien dat er veel onderwijzers betrokken zijn in het proces, alhoewel er percentsgewijs weinig zijn die het ook echt in uitvoering brengen, zoals het rapport laat zien, “een opstapeling van anekdotes”, zo zeggen de docenten van de tweede klas VO Ildefonso Maza en José Maria Arias. Beiden hebben sinds het jaar 2000 veel didactisch materiaal ontwikkeld dat het hele wiskundeprogramma van het VO dekt, met concrete oefeningen bij elk onderdeel en ze hebben met 1800 deelnemende studenten laten zien dat het gebruik van de computer in 25% van de gevallen de resultaten in het vak wiskunde verbeterde (de details zijn terug te vinden op www.infoymate.net <http://www.infoymate.net/> ). Maar vooral vinden beide docenten dat het nu van fundamenteel belang is dat de overheid middelen ter beschikking stelt, controleert en afdwingt dat de wet wordt uitgevoerd “zodat het niet blijft bij mooie teksten in het regeringsprogramma”.
Tot nu toe ging het voornamelijk om digitale alfabetisering, zo zegt Segura. Volgens de docenten was dit het grootste probleem bij de introductie van ICT in de klas (78,2%). Andere problemen zijn: gebrek aan tijd (72,3%), het gebrek aan gespecialiseerd personeel(63,9%) de geringe motivatie (58,9%) of het gebrek aan middelen (57,3%).
Om te spelen en opdrachten mee te schrijven
De computers hebben de onderwijsinstellingen bereikt. Dat is een feit. Ze worden gebruikt voor allerlei administratief werk of voor onderhoud van de webpagina’s van de scholen (4 op de 5 scholen hebben een webpagina). Twee van elke vijf scholen heeft een intranet en wifi.
Maar spelen en schrijven zijn nog steeds de twee voornaamste taken waarvoor de leerlingen op school een computer gebruiken. En ook niet zo veel: tussen de 15 en 24 procent van de leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Over het algemeen zijn de leerlingen bekend met het gebruik van computers (85 % heeft er een thuis) en in mindere mate met internet (de helft heeft thuis internet). De overgrote meerderheid van de leerlingen gebruikt de computer bijna elke dag of in ieder geval een paar keer per week.
“Het schaarse gebruik van de computer in de scholen is opvallend, temeer omdat de studenten zeggen dat ze de computer vaak gebruiken”, zo zegt het rapport van CNICE. En nòg opvallender is dat de docenten een groot vertrouwen hebben in het gebruik van ICT: meer dan de helft gelooft dat het gebruik leidt tot een meer persoonlijke en flexibele manier van lesgeven, en dat ze de deelname van de leerlingen vergroot. Meer dan 90 procent van de ondervraagden gebruikt ICT en mee dan 80% doet dat om de lessen mee voor te bereiden. En de helft heeft een of meerdere cursussen gevolgd in ICT, vóórdat het onderzoek werd uitgevoerd. Waarom wordt ICT niet meer in de klas ingezet. Slechts 20 procent van de leraren zegt over voldoende technische en didactische kennis te beschikken.
Bron:
J.A. Aunión, El pais, maandag 5 november 2007
(vertaling door Marc Crolla)